Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018

Alinea 146 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:441.

9. Ik heb mij daarom afgevraagd of wel sprake is van een middel als bedoeld in art. 437 Sv. Voor zover daar sprake van is geldt dat - evenals in de zaak van de medeverdachte - door de steller van het middel op geen enkele wijze wordt toegelicht op welke grondslag het hof gehouden zou zijn in het arrest te beslissen op hetgeen is aangevoerd in de pleitaantekeningen. Dat sprake zou zijn van een uitdrukkelijk voorgedragen verweer als bedoeld in de art. 358, derde lid Sv of van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt als bedoeld in art. 359, tweede lid, Sv wordt niet gesteld en daarvan is mij in het in de toelichting op het middel geciteerde deel van de pleitaantekeningen overigens ook niet gebleken, zodat het middel reeds om die reden faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4, en de alinea staat in dat document op bytes 54515 tot 55276.