Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018

Alinea 164 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:441.

“Zulks een onverkorte toepassing van de BTW ten aanzien van onroerend goed zou echter een aantal problemen scheppen, welke verband houden met het bijzondere karakter van onroerend goed. In de eerste plaats heeft onroerend goed een lange en soms (zoals bijv. grond) vrijwel onbeperkte levensduur, zulks in tegenstelling tot roerende goederen, die in het algemeen door het gebruik ervan terstond of spoedig daarna teniet gaan of althans sterk in waarde verminderen. Mede daardoor vormt onroerend goed niet alleen een gebruiks-, maar ook een beleggingsobject. Het wordt voorts tijdens zijn levensduur vaak meermalen verhandeld, afwisselend door ondernemers en door particulieren, terwijl roerende goederen in de regel door producent en distribuant in één gang bij de afnemer worden gebracht en door deze worden verbruikt. Ook pleegt onroerend goed in veel gevallen te worden verhuurd door particulieren of institutionele beleggers, hetgeen telkens de vraag zou opwerpen of de verhuurder reeds uit dien hoofde als ondernemer moet worden aangemerkt. Ten slotte speelt bij onroerend goed ook de bestaande heffing van registratierecht een rol.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4, en de alinea staat in dat document op bytes 66589 tot 67809.