Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018

Alinea 172 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:441.

29. Ik acht het van belang hier te benadrukken dat het hier gaat om het medeplegen van een strafbaar feit dat bestaat uit een nalaten, te weten het ten onrechte niet melden van baten aan de curator. Van bewijs dat verdachte en zijn medeverdachte gezamenlijk het strafbaar feit hebben uitgevoerd in die zin dat ze beide (actieve) handelingen hebben verricht is dan vanzelfsprekend geen sprake. Dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn echtgenote is opgetreden kan evenwel worden opgemaakt uit het feit dat zij beiden de in de bewezenverklaarde baten niet aan de curator hebben gemeld, welke baten verdachte gelet op de gebezigde middelen (en zijn echtgenote) niet bepaald zijn ontgaan, en dat verdachte en zijn echtgenote een brief van de curator voor akkoord hebben ondertekend inhoudende dat zij geen andere onroerende goederen bezitten dan in die brief vermeld, dat zij geen vorderingen hebben op derden en niet beschikken over contant geld. In de onderhavige zaak is naar ik meen daarmee sprake van een klassieke vorm van medeplegen bestaande uit het door verdachte rechtstreeks deelnemen aan de uitvoering van de tenlastegelegde bedrieglijke bankbreuk, door het niet verantwoorden van baten aan de curator. Het in het bestreden arrest besloten liggende oordeel van het hof dat verdachte een wezenlijke bijdrage aan de bewezenverklaarde bedrieglijke bankbreuk heeft geleverd, kan aldus uit de bewijsmiddelen wordt afgeleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4, en de alinea staat in dat document op bytes 74934 tot 76445.