Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018

Alinea 190 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:441.

Van de bijlage maakt onderdeel uit D187 en D147. Het betreft een brief van de curator aan de rechter-commissaris d.d. 7 augustus 2009 en het betreft een brief van dezelfde curator aan de rechters die bij de faillissementen betrokken zijn, waarin vervat een toespeling op hetgeen zich ten tijde van de faillissementsverhoren heeft afgespeeld. Deze documenten wijzen wat betreft de verdediging zonneklaar uit dat er geen sprake is geweest van vrijwillige informatieverstrekking. Dat er wel degelijk is aangedrongen, en dat tot het niveau dat met vrijheidsbeneming is gedreigd. Dat geldt gelijkelijk [medeverdachte 2] als [verdachte] . Het verweer geldt dus ook beide verdachten. Mijn rechtsgevoel zegt eigenlijk dat ook de zoon zo nauw betrokken is bij de bedrijfsvoeringen van zijn ouders, het niet anders kan of hij was materieel verdachte (een formele verdachtenstatus heb ik hem zo gauw niet toegedicht gezien) en dan praat je al bijna over inbreuken op verschoningsrecht door de ouders het vuur zo na aan de schenen te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4, en de alinea staat in dat document op bytes 86918 tot 87960.