Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018

Alinea 197 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:441.

44. Daarnaast bevat de toelichting op het middel enkele deelklachten over de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof. In de eerste plaats zouden de overwegingen van het hof onbegrijpelijk zijn, omdat het hof daarin vaststelt dat tijdens de ondervraging door de rechter-commissaris zich een situatie voordeed dat de van verdachte te verkrijgen inlichtingen in verband met een criminal charge tegen hem gebruikt zouden kunnen worden, hetgeen volgens de steller van het middel tot gevolg heeft dat verdachte gewezen had moeten worden op de in art. 29 Sv neergelegde en aan hem toekomende rechten. Het hof zou vervolgens ten onrechte geen overweging hebben gewijd aan schending van art. 29, tweede lid, Sv, zodat het - gelet op de jurisprudentie over het te verbinden gevolg aan het niet geven van de cautie, te weten bewijsuitsluiting - onbegrijpelijk is dat het hof geen vormverzuim heeft geconstateerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4, en de alinea staat in dat document op bytes 92053 tot 92973.