Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018
Alinea 198 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:441.
45. Ik stel voorop dat uit de door het hof vastgestelde - en in cassatie niet bestreden feiten en omstandigheden - feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder randnummer 6 weergegeven, volgt dat verdachte op 8 september 2009 in het kader van de faillissementsprocedure en de daarop van toepassing zijnde Faillissementswet door de rechter-commissaris is ondervraagd over de vindplaats van de 30 dozen administratie waarop het verweer betrekking heeft. De ondervraging vond aldus niet plaats binnen het voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 359a Sv, zodat voornoemd artikel - en de daarop betrekking hebbende jurisprudentie waar in de toelichting op het middel naar wordt verwezen - hier niet van toepassing is. Hetzelfde geldt voor art. 29 Sv, dat op de faillissementsprocedure evenmin van toepassing is. Het enkele feit dat uit de faillissementsprocedure een verdenking van een strafbaar feit is voortgevloeid, maakt nog niet dat het Wetboek van Strafvordering op die procedure van toepassing is. De in de toelichting op het middel aangevoerde klachten zien aldus op een toetsingskader dat hier niet van toepassing is, zodat zij slechts kunnen falen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4, en de alinea staat in dat document op bytes 92981 tot 94156.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29f96ff178b42082f64750326ad376af137c016a38734f4ba8d9af5a35f17fd4 | shasum -a 256