Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018
Onder 4.4. Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:448.
Voor het geval de Hoge Raad hierover anders oordeelt en meent dat – nu het middel niet expliciet over het desbetreffende oordeel van het hof klaagt – in cassatie als vaststaand moet worden aangenomen dat het rijbewijs op 11 december 2013 ongeldig was verklaard, het volgende. Uit een reeks van arresten blijkt dat de Hoge Raad hoge eisen stelt aan het bewijs van het “weten” of het “redelijkerwijs moeten weten” dat voor een veroordeling wegens overtreding van art. 9 lid 2 WVW 1994 is vereist. In de regel is daarvoor nodig dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat het desbetreffende schrijven van het CBR de verdachte heeft bereikt. In de onderhavige zaak blijkt uit de bewijsmiddelen zelfs niet dat het schrijven van het CBR (zoals weergegeven in bewijsmiddel 4) naar de verdachte is verzonden. Dat betekent dat het bewijs van het “weten” tekortschiet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58290e84b206d96b3e62aae0557cf807aaed96e33b5b991bcde3ec80570f858c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58290e84b206d96b3e62aae0557cf807aaed96e33b5b991bcde3ec80570f858c, en de alinea staat in dat document op bytes 12139 tot 13019.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58290e84b206d96b3e62aae0557cf807aaed96e33b5b991bcde3ec80570f858c | shasum -a 256