Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018
Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:45.
Intern onderzoek en de relevantie voor het civiele bewijsrecht. In de onderhavige zaak speelt ook de vraag of in het kader van de verzwaarde stelplicht van de hulpverlener kan worden verwacht dat naar aanleiding van een gebeurtenis als hier aan de orde is intern onderzoek wordt gedaan naar de toedracht daarvan en dat de uitkomsten daarvan aan de patiënt worden verstrekt. Een vergelijkbare verplichting werd door Uw Raad aangenomen in het kader van aansprakelijkheid van de werkgever voor schade door arbeidsongevallen nog voordat een zelfstandige rapportageverplichting in de Arbeidsomstandighedenwet werd opgenomen. In het kader van het voormalige art. 7A:1638x BW dat meebracht dat stelplicht en bewijslast met betrekking tot de schending van de zorgplicht van de werkgever voor een veilige werkomgeving bij de werknemer lagen, hanteerde Uw Raad de regel dat de werkgever verplicht was tot het opstellen van een ongevalsrapportage, waaruit de toedracht van het ongeval kon worden afgeleid en waarin werd aangegeven welke maatregelen waren genomen ter voorkoming van het ongeval. Het ontbreken daarvan kon leiden tot toewijzing van de vordering van de werknemer. Dit belang van de rapportageverplichting is in het huidige art. 7:658 BW veel minder groot, omdat deze bepaling de werknemer juist verder tegemoet komt door de bewijslast met betrekking tot de vraag of voldoende voorzorgsmaatregelen zijn genomen bij de werkgever te leggen. In medische aansprakelijkheidskwesties geldt in bepaalde gevallen een specifieke wettelijke onderzoeksverplichting. Daarop ga ik hierna in randnummer 3.20 in. In medische aansprakelijkheidszaken geldt echter geen rechtsregel die voorziet in een omkering van de bewijslast. Door Wijne is verdedigd dat een dergelijke omkering van de bewijslast ook in medische zaken gepast zou zijn. De hulpverlener zou dan moeten bewijzen dat hij de vereiste mate van zorg in acht heeft genomen. Anderen zien echter geen heil in een omkering van de bewijslast of een andere vergaande bewijsrechtelijke tegemoetkoming: in dit verband is betoogd dat, anders dan bij arbeidsongevallen, in medische zaken niet goed aan te geven is welke concrete maatregelen genomen zijn om schade te voorkomen, zodat de hulpverlener zou zijn aangewezen op zijn eigen verklaring hierover. Het beeld lijkt te zijn dat, anders dan bij art. 7A:1638x BW, een dergelijke rapportageplicht, waarvan de voordelen voor de eisende partij wel duidelijk zijn, in medische zaken te zeer inbreuk zou maken op de belangen van de aangesproken partij en niet verenigbaar zou zijn met de in medische zaken geldende bewijslastverdeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b399d1fc97aaff9b318be7366a4cfcd052a5f0a27544ac2bf50c5c8e79cf4700. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b399d1fc97aaff9b318be7366a4cfcd052a5f0a27544ac2bf50c5c8e79cf4700, en de alinea staat in dat document op bytes 87354 tot 90418.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b399d1fc97aaff9b318be7366a4cfcd052a5f0a27544ac2bf50c5c8e79cf4700 | shasum -a 256