Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Onder 3.37 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:45.

In subonderdeel 1.8 onder 8 en in subonderdeel 1.9 wordt gerefereerd aan de correspondentie tussen de aansprakelijkheidsverzekeraar van [verweerders] en de externe deskundige Lequin. Deze correspondentie is onderwerp van de incidentele vordering van [eiseres] ex art. 843a Rv, die door het hof is afgewezen. Ook tegen die afwijzing zijn in cassatie klachten gericht (onderdeel III), die naar mijn mening niet kunnen slagen (hierna randnummers 3.72 e.v.). Ik meen dat het hof het belang van [verweerders] om hun verdediging in vertrouwen voor te bereiden mocht aanmerken als gewichtige reden die zich tegen inzage in die correspondentie zou verzetten. Bij die stand van zaken meen ik dat bezwaarlijk van [verweerders] kon worden verwacht dat zij in het kader van hun verzwaarde stelplicht wel inzicht zouden geven in deze correspondentie. Deze omstandigheid hoefde het hof dus niet tot een ander oordeel te brengen omtrent de verzwaarde stelplicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b399d1fc97aaff9b318be7366a4cfcd052a5f0a27544ac2bf50c5c8e79cf4700. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b399d1fc97aaff9b318be7366a4cfcd052a5f0a27544ac2bf50c5c8e79cf4700, en de alinea staat in dat document op bytes 120397 tot 121443.