Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Onder 3.59 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:45.

De klacht is dat het hof ten onrechte waarde heeft gehecht aan bevindingen van Lotgering die buiten de reikwijdte van de hem gestelde vragen (en daarmee buiten zijn expertise) zijn gedaan. Ter onderbouwing heeft [eiseres] gesteld dat Lotgering bevindingen in zijn rapport heeft opgenomen die op het terrein van de kinderneurologie liggen, waarbij wordt verwezen naar stellingen in de pleitnotities van mr. Beer. Op die plaats wordt ingegaan op de waarde van de opmerking van Lotgering “ dat het MRI-onderzoek niet met zekerheid zou hebben aangetoond dat de laesie van traumatische aard was ”, waarmee kennelijk wordt gedoeld op punt 9 van het antwoord op vraag 4. Het gaat daar dus om een ander antwoord van Lotgering dan het antwoord dat het hof in de bestreden rov. 3.37 aan zijn oordeel ten grondslag heeft gelegd. De stelling uit de pleitnotities van mr. Beer waarnaar wordt verwezen houdt dus niet in dat het door het hof geciteerde oordeel van Lotgering buiten diens expertise zou liggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b399d1fc97aaff9b318be7366a4cfcd052a5f0a27544ac2bf50c5c8e79cf4700. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b399d1fc97aaff9b318be7366a4cfcd052a5f0a27544ac2bf50c5c8e79cf4700, en de alinea staat in dat document op bytes 153117 tot 154289.