Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018
Onder 3.78 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:45.
Verder voert [eiseres] in cassatie aan dat de afwijzing van de incidentele vordering in strijd zou zijn met de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens 2010 (welke als vastlegging van kennelijk voordien reeds geldend ongeschreven recht zou moeten worden beschouwd, zie subonderdeel 2.17) en met art. 35 Wbp. De subonderdelen 2.18-2.22 bevatten specifieke klachten met betrekking tot de uitleg van art. 35 Wbp. Zoals reeds is opgemerkt, bestaan art. 843a Rv en art. 35 Wbp los van elkaar en kennen zij verschillende toetsingskaders. De klacht van subonderdeel 2.18 en 2.19 , die inhoudt dat de vordering reeds had moeten worden toegewezen, omdat het verstrekken van persoonsgegevens van [eiseres] door de verzekeraar aan Lequin slechts met toestemming van [eiseres] had mogen gebeuren en dat [eiseres] hierover op grond van art. 33 en 34 Wbp had moeten worden geïnformeerd, kan daarom niet slagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b399d1fc97aaff9b318be7366a4cfcd052a5f0a27544ac2bf50c5c8e79cf4700. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b399d1fc97aaff9b318be7366a4cfcd052a5f0a27544ac2bf50c5c8e79cf4700, en de alinea staat in dat document op bytes 175665 tot 176612.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b399d1fc97aaff9b318be7366a4cfcd052a5f0a27544ac2bf50c5c8e79cf4700 | shasum -a 256