Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018
Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:46.
Ontslag op staande voet is een ingrijpende maatregel, die alleen mag worden genomen wanneer voortzetting van de arbeidsovereenkomst, hoe dan ook, niet meer kan worden verlangd. Het ingrijpende karakter van het ontslag op staande voet is erin gelegen dat de werknemer van de ene op de andere dag geen werk en dus geen loon meer ontvangt. Bovendien is er een grote kans dat de werknemer geen aanspraak kan maken op een werkloosheidsuitkering, omdat hij als verwijtbaar werkloos wordt aangemerkt (art. 24 Werkloosheidswet). Het UWV zal dat overigens zelfstandig moeten toetsen. Tenslotte gold onder het oude ontslagrecht (pre-Wwz) dat geen recht kon bestaan op schadevergoeding wegens een kennelijk onredelijke opzegging (zie hierover nader onder 4.12). Met andere woorden, bij een ontslag op staande voet staat de werknemer met lege handen. De werknemer heeft recht op niets, zoals Sagel het uitdrukt. Om deze reden worden er strenge eisen gesteld aan een ontslag op staande voet en moet ontslag op staande voet als een uitzondering worden beschouwd in het stelsel van ontslagrecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91db5ee2754b31ef5551f7472fc0dfc904a4b42430a615ad6c71764f6538758c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91db5ee2754b31ef5551f7472fc0dfc904a4b42430a615ad6c71764f6538758c, en de alinea staat in dat document op bytes 26800 tot 28021.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91db5ee2754b31ef5551f7472fc0dfc904a4b42430a615ad6c71764f6538758c | shasum -a 256