Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018

Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:460.

“Doordat de vaststelling of een rechtshandeling tot de ‘normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap’ kan worden gerekend, sterk bepaald wordt door de omstandigheden van het concrete geval, zal de toetsing in cassatie van het oordeel van de feitenrechter dienaangaande als regel slechts globaal kunnen zijn. Afgezien van het controleren van de motivering van het oordeel van de feitenrechter, zal veelal moeten worden volstaan met de algemene toets of achter dat oordeel een onjuiste rechtsopvatting omtrent artikel 1:88 BW schuil gaat.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdeb8a67d62187c593ca7b28897847d0f9b58fe8b15a755ad69cc58de0fca2d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdeb8a67d62187c593ca7b28897847d0f9b58fe8b15a755ad69cc58de0fca2d2, en de alinea staat in dat document op bytes 78748 tot 79381.