Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:460.

Subonderdeel 1.2 klaagt dat het oordeel van het hof in rov. 5.11 – dat het aangaan van het krediet ten behoeve van de intreding in een maatschap door betaling van een goodwill -som ineens, niet kan worden aangemerkt als een rechtshandeling die kenmerkend is in die zin dat zij ten behoeve van de normale uitoefening van het beroep van accountant gebruikelijk is – blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, omdat het hof een onjuiste, want te enge, maatstaf heeft gehanteerd bij de beoordeling of de rechtshandeling is geschied ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening in de zin van art. 1:88 lid 5 BW. Of een rechtshandeling kenmerkend is voor een beroep of bedrijf is van belang bij de beoordeling naar de vraag of deze “ in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf ” is aangegaan in de zin van art. 1:88 lid 1 sub c BW. Het criterium “ ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf ” in de zin van art. 1:88 lid 5 BW is ruimer, aldus het subonderdeel. Het subonderdeel doet hierbij een beroep op de parlementaire geschiedenis. Slechts in het kader van art. 1:88 lid 1 sub c wordt het criterium zo uitgelegd dat het gaat om handelingen die kenmerkend zijn in deze zin dat zij in de normale uitoefening daarvan plegen te worden verricht. Het hof heeft dit criterium volgens het subonderdeel ten onrechte toegepast in het kader van art. 1:88 lid 5 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdeb8a67d62187c593ca7b28897847d0f9b58fe8b15a755ad69cc58de0fca2d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdeb8a67d62187c593ca7b28897847d0f9b58fe8b15a755ad69cc58de0fca2d2, en de alinea staat in dat document op bytes 27779 tot 29445.