Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:461.

[eiseres] heeft zich op het standpunt gesteld dat de omzetprognose die Albert Heijn voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst aan haar heeft verstrekt ondeugdelijk was (rov. 4.2.). Albert Heijn was, aldus [eiseres] , in eerste instantie, in oktober 2011, na door haar verricht onderzoek tot de conclusie gekomen dat [eiseres] onder de Albert Heijn-formule in het derde jaar tussen de € 200.000,-- en € 250.000,-- aan weekomzet zou behalen. Toen het onderhandelingsproces met [eiseres] begon, is deze initiële prognose – die Albert Heijn in die fase niet met [eiseres] heeft gedeeld – aangepast tot een veel rooskleuriger prognose van een gemiddelde weekomzet van € 280.000,-- in het eerste jaar en € 300.000,-- in het derde jaar. Deze laatste prognose is volledig gebaseerd op de omzet die [eiseres] als C1000 behaalde en Albert Heijn heeft andere variabelen, die zij bij het opstellen van de initiële prognose nog relevant achtte, niet meegenomen. Daardoor is in de aan [eiseres] verstrekte prognose, aldus [eiseres] , met name geen rekening gehouden met de effecten van de formulewisseling van een prijsgerichte (C1000-) supermarkt naar een servicegerichte (Albert Heijn-) supermarkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ac9f1f8b51693bdc1929126b249f55e06a0b6b653bf5776131fedc6d54289b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ac9f1f8b51693bdc1929126b249f55e06a0b6b653bf5776131fedc6d54289b3, en de alinea staat in dat document op bytes 26258 tot 27497.