Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:468.

Ik vind het een verrassende stelling dat verweerder nu vermoedt dat het geld uit de coffeeshop komt. Deze stelling wordt te laat ingenomen. De stelling is ook niet in overeenstemming met de aanslag. Verder is het onwaarschijnlijk dat die winst hoger zou zijn, omdat verweerder zelf de winstmarges al te hoog acht. Ik proef hieruit dat verweerder de stelling verlaat dat er een andere bron van inkomen zou zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d, en de alinea staat in dat document op bytes 34900 tot 35331.