Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018

Onder 4.4.7. Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:468.

De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat het bij de navorderingsaanslag in aanmerking genomen belastbare inkomen uit werk en woning berust op een redelijke schatting. Indien (zoals in casu) de omkering van de bewijslast moet worden toegepast, kan aan de door de inspecteur gemaakte schatting slechts de eis worden gesteld dat deze redelijk, dat wil zeggen niet naar willekeur, is vastgesteld. Door aan te sluiten bij de op 5, 6 en 12 november 2007 op de zakelijke bankrekening gestorte bedragen, heeft de inspecteur aan dit vereiste voldaan. Tevens heeft hij in het kader van een redelijke schatting het standpunt kunnen innemen dat ervan moet worden uitgegaan dat deze stortingen voor hun volledige bedrag afkomstig zijn uit door belanghebbende in 2007 genoten extra inkomsten, en dat deze inkomsten moeten worden gekwalificeerd als resultaat uit overige werkzaamheden, zodat geen aanleiding bestaat voor een vermindering van de correctie met een bedrag aan MKB-winstvrijstelling. Ook in zoverre heeft belanghebbende de onjuistheid van de bestreden uitspraak op bezwaar niet overtuigend aangetoond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d, en de alinea staat in dat document op bytes 56609 tot 57724.