Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:468.

Met betrekking tot de onder 2 ten laste gelegde invoer van 1700 kilogram hasjisj (zaaksdossier B06) is het hof - met de raadsman- van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte deze invoer heeft medegepleegd. Uit de stukken van het (zaaks)dossier, in het bijzonder de tapgesprekken, kan worden afgeleid dat verdachte contacten had met personen die mogelijk betrokken waren bij de invoer van 1700 kilogram hasjisj in de periode van 1 juni 2011 tot en met 16 juni 2011 en lijkt de verdachte van die invoer enige wetenschap te hebben. De onderhavige tapgesprekken kunnen echter, ook in onderlinge samenhang bezien, evenwel niet tot de conclusie leiden dat verdachte betrokken is bij het ten laste gelegde medeplegen van invoer van hasjisj, nu deze gesprekken hiervoor onvoldoende aanknopingspunten bieden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d, en de alinea staat in dat document op bytes 59168 tot 60012.