Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018
Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:468.
Met betrekking tot de onder 3 ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie (zaaksdossier B07) is het hof - met de raadsman- van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte hieraan heeft deelgenomen. Uit de stukken van het dossier, in het bijzonder de tapgesprekken in zaaksdossier B02, B06 en B07, kan worden afgeleid dat verdachte contacten had met personen die mogelijk betrokken waren bij criminele activiteiten, waaronder de invoer van hasjisj en lijkt de verdachte van die invoer enige wetenschap te hebben. Die tapgesprekken kunnen echter, ook in onderlinge samenhang bezien, evenwel niet tot de conclusie leiden dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, zoals ten laste gelegd, nu deze gesprekken hiervoor onvoldoende aanknopingspunten bieden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d, en de alinea staat in dat document op bytes 60050 tot 60874.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d | shasum -a 256