Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:468.

Belanghebbende voert aan dat het Hof heeft miskend dat belanghebbende de onjuistheid van de navorderingsaanslag niet kan aantonen indien niet bepaalbaar is op welke bron van inkomen de navorderingsaanslag berust. Dit klemt volgens belanghebbende te meer nu de navorderingsaanslag in oorsprong berustte op geschatte inkomsten waarvan het bestaan op geen enkele manier is gebleken. Belanghebbende wijst ter onderbouwing van zijn standpunt op punt 5.4 van mijn conclusie van 28 november 2013 en het daaropvolgende arrest van de Hoge Raad van 31 januari 2014 . Belanghebbende meent dat nu de Inspecteur in beide feitelijke instanties, na uitdrukkelijk en gemotiveerd verzoek in de processtukken en ter zitting, in het geheel niet heeft aangegeven op welke bron van inkomen de correctie berust, het Hof van een onjuiste bewijslast is uitgegaan door desondanks uit te blijven gaan van de op belanghebbende rustende verzwaarde bewijslast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d, en de alinea staat in dat document op bytes 61882 tot 62953.