Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018
Onder 7.2.11 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:468.
De belanghebbende verkeert in een weinig benijdenswaardige bewijspositie, indien hij de vereiste aangifte niet heeft gedaan. Dat is ook het geval als niet volledig is voldaan aan een aantal bijkomende verplichtingen en ter zake daarvan door de inspecteur jegens de belanghebbende een informatiebeschikking is genomen die onherroepelijk is geworden (zie daarover nader par. 4.3.3.8). Die verplichtingen hebben betrekking op het verstrekken van gegevens of inlichtingen, het ter inzage geven van boeken en bescheiden en het voeren van een administratie. De belastingaanslag wordt dan ingevolge art. 25, derde lid, AWR gehandhaafd, tenzij gebleken is dat en in hoeverre hij onjuist is. Dit geldt niet voor een belastingprocedure van degene die aansprakelijk is gesteld voor de belastingschuld van een ander.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d, en de alinea staat in dat document op bytes 112517 tot 113462.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d | shasum -a 256