Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018

Onder 5.9 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:468.

In deze zaak berust de informatiebeschikking op de omstandigheid dat de belanghebbende vragen die de Inspecteur op de voet van artikel 47 AWR heeft gesteld, niet heeft beantwoord. Deze vragen betroffen in hoofdzaak de boekhouding van belanghebbendes onderneming. Dit lijkt te impliceren dat belanghebbende ‘winst uit onderneming’ heeft genoten. In het nadien opgemaakte rapport van het boekenonderzoek staat echter dat belanghebbende ‘onbekende inkomsten’ ten onrechte niet heeft aangegeven als ‘resultaat uit overige werkzaamheden’. Tijdens de zitting voor de Rechtbank lijkt de Inspecteur toch weer het standpunt in te nemen dat sprake is van ‘winst uit onderneming’. Blijkens het proces-verbaal van de zitting voor het Hof neemt de Inspecteur echter het standpunt in dat sprake is van ‘resultaat uit overige werkzaamheden’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d, en de alinea staat in dat document op bytes 118601 tot 119716.