Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018

Onder 5.21 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:468.

Uit HR BNB 1993/330 volgt dat de inspecteur niet altijd de vermeende bron van inkomen hoeft te duiden. Het betrof een zaak die vergelijkbaar is met de onderhavige. De betreffende belastingplichtige had een bedrag van f 689.000 op de bankrekening van zijn grootmoeder gestort. De inspecteur had de stortingen gerekend tot het belastbare inkomen, waarbij hij niet had aangegeven tot welke bron van inkomen hij het bedrag van f 689.000 had gerekend. Naar het oordeel van de Hoge Raad kon de inspecteur, gelet op de omkering van de bewijslast, volstaan met de gemotiveerde stelling dat belanghebbende blijkens de door hem verrichte stortingen genoemd bedrag in 1982 als inkomen had genoten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 601c8d2df79bfd71a9d644967b34423f94e4a99d36bcc2ecba91c168e759fa2d, en de alinea staat in dat document op bytes 126127 tot 126925.