Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018
Onder 1.13 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:469.
Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, (hierna: de Rechtbank), heeft bij uitspraak van 19 juli 2016 geoordeeld dat de frauduleuze bedoelingen van [G] in de onderhavige procedure niet van belang zijn. De Rechtbank heeft overwogen dat hier een aanslag is opgemaakt, ‘die naar uiterlijke verschijningsvorm een verminderingsbeschikking is’ en dat op basis hiervan € 19.500.000 aan belanghebbende is overgemaakt. De Rechtbank heeft geoordeeld: ‘nu er ten onrechte verrekening heeft plaatsgevonden en dus een voorheffing tot een onjuist bedrag is verrekend, is voldaan aan de voorwaarden voor navordering die zijn gesteld in artikel 16, tweede lid, aanhef en onder a, van de AWR’. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea1127c921b923c459c600c8f78cf88a209820edf8903e283a92b82755581de8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea1127c921b923c459c600c8f78cf88a209820edf8903e283a92b82755581de8, en de alinea staat in dat document op bytes 16456 tot 17275.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea1127c921b923c459c600c8f78cf88a209820edf8903e283a92b82755581de8 | shasum -a 256