Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018
Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:469.
Artikel 16. 1. Indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld, dan wel dat een in de belastingwet voorziene vermindering of ontheffing ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, kan de inspecteur de te weinig geheven belasting navorderen. 2. Navordering kan mede plaats vinden in alle gevallen waarin te weinig belasting is geheven doordat een voorlopige aanslag of een voorheffing tot een te hoog bedrag is verrekend. 3. De bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag vervalt door verloop van vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Artikel 11, vierde lid, is te dezen van toepassing. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt de termijn van vijf jaren met de duur van dit uitstel verlengd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea1127c921b923c459c600c8f78cf88a209820edf8903e283a92b82755581de8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea1127c921b923c459c600c8f78cf88a209820edf8903e283a92b82755581de8, en de alinea staat in dat document op bytes 134397 tot 135267.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea1127c921b923c459c600c8f78cf88a209820edf8903e283a92b82755581de8 | shasum -a 256