Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:47.

“ De veroordeling van een onschuldige is onrecht. Tenzij de rechter iedere verdachte vrijspreekt, is de reële kans op een onterechte veroordeling echter onvermijdelijk. Over de juistheid van het oordeel dat de verdachte het tenlastegelegde delict heeft gepleegd, kan eenvoudigweg geen mathematische zekerheid worden verkregen. De wet eist die dan ook niet voor een veroordeling. Aan de bewijsstandaard van artikel 338 Sv is voldaan indien de rechter op grond van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft gekregen dat de verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan. De rechter mag dus uitsluitend veroordelen indien het feitenmateriaal dat ter terechtzitting is onderzocht deze rechterlijke overtuiging heeft teweeggebracht. Deze bewijsstandaard laat de mogelijkheid open dat zij wordt vervuld na een eerlijk proces en op grond van wettig bewijsmateriaal, ondanks dat de verdachte onschuldig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e3ad0b2333a1abf287bdb1d52c7006b762111ed3aaf5a393c53b5ef288fa3c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e3ad0b2333a1abf287bdb1d52c7006b762111ed3aaf5a393c53b5ef288fa3c0, en de alinea staat in dat document op bytes 20680 tot 21640.