Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:47.

In het burgerlijk procesrecht stelt art. 382 Rv het buitengewoon rechtsmiddel van herroeping open tegen een vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, indien (a) het berust op bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd, (b) het berust op stukken, waarvan de valsheid na het vonnis of arrest is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of (c) de partij na het vonnis of arrest stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden. Onder het ‘bedrog’, in de a-grond genoemd, valt het verzwijgen van feiten die tot een voor de wederpartij gunstige afloop van de procedure zouden hebben kunnen leiden . Heeft het verzwijgen/achterhouden geen bedrieglijk karakter, dan kan de c-grond van toepassing zijn . Herroeping maakt inbreuk op het gezag van gewijsde en is daarom slechts mogelijk in uitzonderlijke gevallen, waarin het vasthouden aan het gewijsde in ernstige mate onrechtvaardig zou zijn .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e3ad0b2333a1abf287bdb1d52c7006b762111ed3aaf5a393c53b5ef288fa3c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e3ad0b2333a1abf287bdb1d52c7006b762111ed3aaf5a393c53b5ef288fa3c0, en de alinea staat in dat document op bytes 22744 tot 23955.