Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:47.
Ad (ii): het is inderdaad de wetgever die bepaalt of tegen een rechterlijke beslissing een hogere voorziening openstaat. Indien – op basis van art. 78 RO en overeenkomstige toepassing van art. 398 Rv − wordt uitgegaan van de aanname dat in beginsel beroep in cassatie openstaat tegen de beslissing van het gerechtshof en art. 94 lid 1 Wna wordt opgevat als een beperking daarvan – een rechtsmiddelverbod −, is een afzonderlijke afweging door de wetgever niet vereist. Binnen het verzamelbegrip ‘tuchtrechtspraak voor notarissen’ behoefde de wetgever, bij zijn afweging of een rechtsmiddelenverbod wenselijk is, geen onderscheid te maken tussen de beslissing in de tuchtzaak (in hoger beroep) en anderzijds de beslissingen van het hof op een verzoek tot herziening daarvan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e3ad0b2333a1abf287bdb1d52c7006b762111ed3aaf5a393c53b5ef288fa3c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e3ad0b2333a1abf287bdb1d52c7006b762111ed3aaf5a393c53b5ef288fa3c0, en de alinea staat in dat document op bytes 39576 tot 40409.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e3ad0b2333a1abf287bdb1d52c7006b762111ed3aaf5a393c53b5ef288fa3c0 | shasum -a 256