Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:47.
Met het voorgaande is nog niet gezegd, op welke gronden een beroepsbeoefenaar herziening van een tuchtrechtelijke beslissing kan vragen. In paragraaf 2 is uiteengezet dat verschillende tuchtrechters een herziening voor mogelijk houden, maar niet steeds dezelfde gronden voor herziening hanteren. Onderdeel 2 klaagt dat voor herziening slechts plaats zou kunnen zijn indien bij het tot stand komen van de desbetreffende tuchtrechtelijke beslissing sprake is geweest van schending van een fundamenteel rechtsbeginsel. De toelichting op deze klacht verwijst naar de (hiervoor reeds beschreven) rechtspraak van het Hof van Discipline over herziening in het tuchtrecht voor advocaten. Dit is inderdaad een verschil tussen beide vormen van tuchtrechtspraak. Het gerechtshof Amsterdam heeft zich op dit punt aangesloten bij de vereisten van art. 8:119 Awb (onder a, b en c). Aangenomen dat herziening ten voordele in het notarieel tuchtrecht mogelijk moet worden geacht – daarover ging onderdeel 1 −, geeft het gebruik van de maatstaf van art. 8:119 Awb als zodanig niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting: in de Wet op het notarisambt ontbreekt een andersluidende maatstaf. De rechtsklacht van subonderdeel 2.1 faalt naar mijn mening. Aan het voorwaardelijk voorgedragen subonderdeel 2.2 komt men dan niet meer toe.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e3ad0b2333a1abf287bdb1d52c7006b762111ed3aaf5a393c53b5ef288fa3c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e3ad0b2333a1abf287bdb1d52c7006b762111ed3aaf5a393c53b5ef288fa3c0, en de alinea staat in dat document op bytes 55796 tot 57221.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e3ad0b2333a1abf287bdb1d52c7006b762111ed3aaf5a393c53b5ef288fa3c0 | shasum -a 256