Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018
Onder 5.3 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:470.
“7.29 Het voorgaande overziend komt het er bij het onderscheid huur-bruikleen op aan na te gaan waar het door de bewoner betaalde bedrag (werkelijk) tegenover staat en welke de bedoeling van de partijen was. Een financiële vergoeding moet ontleed worden in de componenten waaruit zij volgens de (werkelijke) bedoeling van de partijen is opgebouwd. Een vergoeding die strekt tot dekking van kosten van energie, bemiddeling en/of beheer en die kosten feitelijk niet betekenend overtreft, leidt niet tot huur. Strekt de vergoeding (mede) tot compensatie voor het gebruik van de woning en overtreft zij de genoemde gebruikers- of derdenkosten merkbaar, dan is in beginsel sprake van huur. Dat de eigenaarslasten hoger zijn dan de vergoeding, doet in beginsel niet ter zake. Betaalt de bewoner niet aan de eigenaar, ook niet met een omweg langs een leegstandbeheerder of andere derde, en is evenmin compensatie overeengekomen voor het gebruik van de woonruimte in natura (bijvoorbeeld in diensten), dan is geen sprake van huur.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289, en de alinea staat in dat document op bytes 65356 tot 66397.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289 | shasum -a 256