Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018

Onder 5.4 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:470.

Uw arrest in de Hofjeswoningenzaak suggereert, gegeven de feiten van die zaak, dat u aan de rechtspraak en literatuur over antikraak- en leegstandswetwoningen en aan de criteria voor een ‘tegenprestatie’ in de zin van art. 7:201 BW voorbij zou gaan en zou menen dat ook een vergoeding voor alleen kosten van energie, bemiddeling, beheer of service een tegenprestatie voor het gebruik van de woning zou zijn. Ik denk dat die suggestie onjuist is en dat u er - impliciet - vanuit ging dat de feitenrechters niet-onbegrijpelijk feitelijk hadden vastgesteld dat de door de hofjesbewoonsters betaalde bedragen, hoe verwaarloosbaar ook (€ 19 per maand) niet stonden tegenover de beheerskosten, onderhoudskosten of gemeentelijke gebruikerslasten die de stichting voor de bewoners betaalde, maar (geheel) stonden tegenover het gebruik van de woningen (het woongenot). In een annotatie bij een kantonrechteruitspraak die een gebruiksvergoeding ad € 201,50 per maand aan de (winst makende) leegstandbeheerder niet eens als ‘huur’ aanmerkte, gaat ook Winter-Bossink er van uit dat u ervan uitging dat de zeer lage vergoeding niet tegenover kosten en lasten, maar tegenover gebruik stond:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289, en de alinea staat in dat document op bytes 68032 tot 69297.