Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018
Onder 6.3 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:470.
De wetgever heeft bij de vormgeving van de verhuurderheffing een ruime mate van ruwheid geaccepteerd, met name door er aan voorbij te gaan dat niet alle verhuurders in de gereglementeerde huursector in vergelijkbare mate of überhaupt van het bedoelde overheidsbeleid (hebben) kunnen profiteren. De feitenrechtspraak lijkt uit deze weinig verfijnde opzet van de verhuurderheffing af te leiden dat de wetgever bedoelde de term “huurwoning” zo objectief mogelijk te doen opvatten en daarom ervan uit te gaan dat een woning die op de peildatum in feite wordt verhuurd steeds een “huurwoning” is, ongeacht de omstandigheden van het geval. Niet alleen de uitspraken van de feitenrechters in onze zaak geven blijk van deze opvatting, maar ook twee uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uit 2017 en een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 29 januari 2018.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289, en de alinea staat in dat document op bytes 81036 tot 82117.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289 | shasum -a 256