Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018

Onder 6.7 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:470.

Het lijkt mij in deze omstandigheden en gegeven het voorwerp van de verhuurderheffing aangewezen en consistent om net als voor de termen “verhuur” en “huurprijs” ook voor de term ‘voor verhuur bestemd’ terug te vallen op het gemene recht, i.e. het huurrecht. U heeft in het Hofjeswoningenarrest de term “verhuur” conform art. 7:201 BW uitgelegd en in HR NJB 2018/554 het begrip “huurprijs” conform art. 7:247 BW. Ter zake van de bestemming van woningen kan aangesloten worden bij art. 7:232(4) BW en art. 15(1) Leegstandwet. In beide bepalingen is de bestemming van woningen beslissend. Art. 7:232(4) BW is weliswaar in 2016 vervallen, bij welke gelegenheid art. 15(1) Leegstandwet is uitgebreid, maar dat doet er niet aan af dat voor de toepassing van beide bepalingen de bestemming van woningen bepalend is. Art. 7:232(4) BW beperkte de huurbescherming ingrijpend voor woonruimte in voor afbraak bestemde gebouwen van gemeenten. Hetzelfde doet art. 15(1) Leegstandwet, maar met een ruimer toepassingsgebied: ongeacht wie eigenaar is en onder omstandigheden ook als de woning niet voor afbraak, maar voor vernieuwbouw of verkoop is bestemd. Anders dan voor een beroep op art. 7:232(4) BW, is voor toepassing van art. 15(1) Leegstandwet wel een vergunning van het desbetreffende college van B&W vereist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289, en de alinea staat in dat document op bytes 86864 tot 88431.