Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018

Onder 6.13 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:470.

“Dat de eigenaar het pand voor afbraak of voor vernieuwbouw bestemd heeft, kan op verschillende wijzen blijken. Een aanwijzing kan zijn gelegen in de toestand van het pand. Verder kan in een bestemmingsplan een andere bestemming aan het gebied zijn gegeven, waardoor afbraak van het tijdelijk te verhuren pand aannemelijk is. De eigenaar kan voor de vervangende nieuwbouw of voor de vernieuwbouw een bouwvergunning hebben aangevraagd of een verzoek om subsidie hebben ingediend. Steeds geldt dat de burgemeester en wethouders in het concrete geval moeten bezien of het voornemen van de eigenaar om tot afbraak of tot vernieuwbouw over te gaan voldoende reëel is. Daarvoor zijn geen algemene wettelijke normen te stellen. Deze moeilijkheid vormde voor ons een argument om in het ontwerp niet met objectieve criteria te volstaan, maar een toetsende instantie tussen te schakelen en vervolgens met de behandeling van verzoeken om tijdelijk te mogen verhuren niet een rechterlijke instantie, maar het plaatselijke bestuur te belasten. Aan een zodanige toetsende instantie kan de wet instrumenten bieden om haar in staat te stellen erop toe te zien dat de mogelijkheid van tijdelijke verhuur zoveel mogelijk overeenkomstig de bedoeling ervan wordt gebruikt.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289, en de alinea staat in dat document op bytes 101020 tot 102291.