Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018

Onder 6.14 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:470.

Het doel van art. 7:232(4) BW en art. 15 Leegstandwet is dus bewerkstelliging van beschikbaarheid voor tijdelijk bewoning van woonruimten in (aanvankelijk alleen gemeentelijke) panden die (gedeeltelijk reeds) leegstaan in anticipatie op afbraak, vernieuwbouw of (later ook) verkoop en die in beginsel niet (meer) tot de beschikbare huurwoningvoorraad behoren. Welke de bestemming is, moet bepaald worden op basis van objectief waarneembare factoren; in het geval van afbraak: op waarneembare feiten en omstandigheden waaruit voldoende concreet volgt dat daadwerkelijk afgebroken zal worden. Een door de verhuurder uitgesproken intentie of een in een overheidsplan opgenomen beleidsalternatief volstaat niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289, en de alinea staat in dat document op bytes 102391 tot 103111.