Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018

Onder 1.7 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:470.

De feitenrechters hebben uit de parlementaire geschiedenis afgeleid dat de wetgever een zo objectief mogelijk begrippenapparaat in de Wvh wenste, hetgeen volgens hen meebrengt dat een woning die op de peildatum feitelijk wordt verhuurd steeds ‘bestemd voor verhuur’ is, ongeacht - zoals in casu - de afbraakbestemming. Ik meen dat de wettekst eerder op het tegendeel wijst en dat de parlementaire geschiedenis geen steun biedt aan deze opvatting, nu zij het voor de wetgever doorslaggevende criterium (‘voor verhuur bestemd’) zinledig maakt zodra een woning op een peildatum feitelijk (nog) verhuurd blijkt, ook al is zij reeds aan de woningvoorraad onttrokken, is de huurbescherming uitgeschakeld, staat sloop voor de deur en zou zij daarom al leeggestaan hebben als de Leegstandwetgever niet anders had gewenst. Het ging de verhuurderheffingwetgever om het belasten van de gereguleerde huursector. De leegstandwetwoningen vallen daar niet in, nu daarvoor de huurbescherming is uitgeschakeld. Voor de antikraakwoningen hangt huurbescherming ervan af waartoe de bescheiden gebruiksvergoeding strekt. Ik leid uit de feiten af dat beide typen woning reeds waren onttrokken aan de woningvoorraad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289, en de alinea staat in dat document op bytes 16475 tot 17689.