Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018
Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:470.
“4.16. Uit bedoelde wettekst en wetsgeschiedenis blijkt naar ’s Hofs oordeel (…) dat objectieve criteria bepalend zijn voor de vraag of er al dan niet sprake is van een 'voor verhuur bestemde woning' (…). Het Hof is van oordeel dat er sowieso sprake is van een 'voor verhuur bestemde woning', als het betreffende anti-kraak- of leegstandwetobject op de peildatum (…) feitelijk wordt verhuurd in de zin van artikel 201, boek 7, van het Burgerlijk Wetboek. Dit is het geval ten aanzien van beide objecten (…). Het doel dat de eigenaar van de desbetreffende woningen heeft met het eigendom en de verhuur van de woningen doet alsdan niet ter zake en het gegeven dat er sprake is van tijdelijke verhuur doet aan dit oordeel evenmin af. Steun voor dit oordeel vindt het Hof in (…) artikel 2, onderdeel a, van de Wet verhuurderheffing en de koppeling daarin met de Wet waardering onroerende zaken.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289, en de alinea staat in dat document op bytes 43604 tot 44524.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01caef437b5b327071c4e9de231082dc305f4192dc873e81a8832c850849c289 | shasum -a 256