Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2018

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:475.

De opsomming van de gronden die tot tussentijdse beëindiging kunnen leiden is vanuit een oogpunt van rechtszekerheid limitatief, zo vermeldt de memorie van toelichting. Terwijl in het eerste lid van art. 350 Fw wordt gesproken over ‘kan beëindigen’ bepaalt het derde lid van het artikel dat ‘ de beëindiging geschiedt indien’ . Tot 1 januari 2008 bepaalde het derde lid nog dat ‘ beëindiging kan geschieden indien’ . Dit roept de vraag op of de woorden ‘geschiedt indien’ meebrengen dat de aanwezigheid van een van de beëindigingsgronden ertoe leidt dat de rechter de schuldsaneringsregeling moet beëindigen en daarin dus geen beoordelingsruimte heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ab72ba784044078b17a0a816ab428beabbf86f2a26ecd4cbc801647f7f2e0ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ab72ba784044078b17a0a816ab428beabbf86f2a26ecd4cbc801647f7f2e0ba, en de alinea staat in dat document op bytes 27090 tot 27943.