Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2018
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:475.
De onder e genoemde beëindigingsgrond heeft betrekking op de situatie waarin de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen. Een voorbeeld daarvan is het verzwijgen van boedelgoederen, waaronder het achterhouden van gegevens over activa en het verzwijgen van inkomsten of het vernielen van tot de boedel behorende zaken. In de parlementaire geschiedenis is hierover vermeld dat het ‘in wezen gaat om gedrag dat in de gegeven omstandigheden niet als te goeder trouw kan worden gekenschetst’. De bepaling is blijkens de parlementaire geschiedenis bewust ruim geformuleerd om de rechter de nodige beoordelingsvrijheid te geven. De e-grond kan zowel betrekking hebben op misbruik tijdens de schuldsaneringsperiode, als op feiten of gedrag die ten tijde van de toelatingsbeslissing niet zijn gesignaleerd. Ook voor de laatstbedoelde feiten of omstandigheden geldt dat deze een grond voor beëindiging zijn op grond van art. 350 lid 3 Fw onderdeel f.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ab72ba784044078b17a0a816ab428beabbf86f2a26ecd4cbc801647f7f2e0ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ab72ba784044078b17a0a816ab428beabbf86f2a26ecd4cbc801647f7f2e0ba, en de alinea staat in dat document op bytes 31591 tot 32815.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7ab72ba784044078b17a0a816ab428beabbf86f2a26ecd4cbc801647f7f2e0ba | shasum -a 256