Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2018

Onder 4.1 Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:475.

Het tweede onderdeel richt zich tegen de overweging van het hof in rov. 7.6, dat niet aannemelijk is dat de kwestie van de auto destijds aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg had gestaan indien de feiten die nu aan het licht zijn gekomen destijds bekend waren geweest, omdat ook toen gekozen had kunnen worden voor het storten van de dagwaarde in de boedel waardoor van benadeling van schuldeisers geen sprake meer was. Betoogd wordt dat door het betalen de dagwaarde het ontbreken van goede trouw wegens het onbetaald laten van de schulden c.q. het frustreren van verhaal van schuldeisers voorafgaand aan de toelating niet kan worden gerepareerd omdat ex tunc moet worden getoetst. Het alsnog toelaten van een saniet die getracht heeft het verhaal van schuldeisers te frustreren, zou bovendien in strijd met de aard en het doel van de schuldsaneringsregeling zijn. Daarbij wordt nog opgemerkt dat het betalen van de dagwaarde aan de boedel niet kan worden aangemerkt als het onder controle krijgen van de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van de schulden en dat [verweerder] geen beroep heeft gedaan op de hardheidsclausule die bovendien bij de e-grond niet van toepassing is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ab72ba784044078b17a0a816ab428beabbf86f2a26ecd4cbc801647f7f2e0ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ab72ba784044078b17a0a816ab428beabbf86f2a26ecd4cbc801647f7f2e0ba, en de alinea staat in dat document op bytes 35860 tot 37184.