Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:496.

Met de invoering van de Wiv 2002 heeft de wetgever beoogd het wettelijk kader in lijn te brengen met de bedoelde EHRM-rechtspraak. Enerzijds zijn de bevoegdheden van de diensten preciezer omschreven (zie art. 12 e.v. Wiv 2002), overigens met de kanttekening dat het geheime karakter van de taakuitvoering door de diensten meebrengt dat de regulering daarvan aan “inherente beperkingen” onderhevig is. Anderzijds is voorzien in een vorm van extern toezicht (zie art. 64 e.v. Wiv 2002) en in een wettelijke procedure voor de behandeling van klachten (art. 83 e.v. Wiv 2002).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93f0d55f7119a654bb9b09ffdb25bce1b2144afebe82c97b7b4f45c058fbfdc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93f0d55f7119a654bb9b09ffdb25bce1b2144afebe82c97b7b4f45c058fbfdc0, en de alinea staat in dat document op bytes 18180 tot 18898.