Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018
Onder 3.17. Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:497.
Wetzels en Vestering schrijven dat de ontbindingsvergoeding van artikel 7:685 BW (oud) niet meer bestaat en dat de artikel 7:686a leden 6 en 7 BW geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende soorten vergoedingen. Zij merken op dat de rechter de transitievergoeding op zichzelf niet hoeft toe te kennen bij ontbinding omdat deze op basis van de wet verschuldigd is. Wetzels en Vestering menen dat het bij een aantal gerechten ontwikkelde beleid om de verzoeker een intrekkingstermijn te bieden ingeval er een serieus debat is gevoerd over de transitievergoeding en de kantonrechter tot een ander oordeel komt dan de verzoeker heeft bepleit een alleszins redelijk en goed te verdedigen standpunt is. Beide partijen ondervinden in een dergelijk geval geen enkel nadeel omdat bij het bepalen van de ontbindingsdatum rekening moet worden gehouden met de duur van de opzegtermijn en het dus niets uitmaakt dat de werkgever nog een korte periode gegund wordt om zich te beraden over een eventuele intrekking van het ontbindingsverzoek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43347aeca74139ee70ea6fab88874e7b54598f2789b6ccfe6a8a6b1dd2095583. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43347aeca74139ee70ea6fab88874e7b54598f2789b6ccfe6a8a6b1dd2095583, en de alinea staat in dat document op bytes 33106 tot 34349.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43347aeca74139ee70ea6fab88874e7b54598f2789b6ccfe6a8a6b1dd2095583 | shasum -a 256