Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018

Onder 3.27. Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:497.

In Mediant-beschikking ging het om de vraag of het onder de Wwz mogelijk is, zoals onder het tot 1 juli 2015 geldende ontslagrecht het geval was, dat de werkgever na een gegeven ontslag op staande voet kan worden ontvangen in zijn verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst en of de kantonrechter nog een zodanige voorwaardelijke ontbinding kan uitspreken. Met dit voorwaardelijk verzoek tot ontbinding kon worden bewerkstelligd dat ingeval de arbeidsovereenkomst door opzegging niet rechtsgeldig beëindigd was deze toch eindigde door ontbinding door de rechter. Van de mogelijkheid om een verzoek tot voorwaardelijke ontbinding werd onder het oude ontslagrecht vooral veel gebruik gemaakt na een door de werkgever gegeven ontslag op staande voet. Een succesvolle (buitengerechtelijke) vernietiging van het ontslag door de werknemer had terugwerkende kracht. Door een voorwaardelijke ontbinding te verzoeken kon de werkgever het risico op loondoorbetaling beperken als in rechte zou komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst niet was geëindigd door het ontslag op staande voet. Als het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding door de kantonrechter werd toegewezen dan bestond er voor de werkgever vanaf dat moment de zekerheid dat hij geen loon meer verschuldigd was. Tegen de ontbinding door de rechter stond op grond van art. 7:685 lid 11 BW (oud) geen hoger beroep of cassatie open.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43347aeca74139ee70ea6fab88874e7b54598f2789b6ccfe6a8a6b1dd2095583. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43347aeca74139ee70ea6fab88874e7b54598f2789b6ccfe6a8a6b1dd2095583, en de alinea staat in dat document op bytes 43765 tot 45320.