Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018

Onder 3.29. Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:497.

“3.4.4 Uit de met ingang van 1 juli 2015 ingevoerde Wet werk en zekerheid (hierna: WWZ), Stb. 2014, 216 (zie voor de invoeringsdatum Stb. 2014, 274) blijkt niet met zoveel woorden of, en zo ja onder welke voorwaarden, deze naar oud recht bestaande praktijk [van het indienen van een voorwaardelijke verzoek tot ontbinding door de werkgever voor het geval het ontslag op staande voet wordt vernietigd, A-G] naar het thans geldende recht in stand kan blijven. De WWZ sluit dat evenwel niet uit. De verzoeken tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst (art. 7:671b en c BW) en tot vernietiging van het ontslag op staande voet (art. 7:681 in verbinding met art. 7:677 BW) betreffen immers onderscheiden rechtsfiguren waarvan de toepasselijkheid niet aan dezelfde voorwaarden is gebonden en die evenmin leiden tot hetzelfde rechtsgevolg. Zij kunnen dus in beginsel naast elkaar worden gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43347aeca74139ee70ea6fab88874e7b54598f2789b6ccfe6a8a6b1dd2095583. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43347aeca74139ee70ea6fab88874e7b54598f2789b6ccfe6a8a6b1dd2095583, en de alinea staat in dat document op bytes 46576 tot 47548.