Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018

Onder 3.30. Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:497.

Uit de laatste volzin van rov. 3.4.4 van de Mediant-beschikking (zie mijn onderstreping) volgt dat de Wwz er niet aan in de weg staat dat aan een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst een voorwaarde kan worden verbonden. Met deze overweging heeft de Hoge Raad mijns inziens bedoeld dat de verzoeker aan zijn verzoek een voorwaarde kan verbinden, maar niet, zoals het hof kennelijk aanneemt, dat de rechter eigenmachtig, zonder dat daarom door de verzoeker is verzocht, een voorwaarde aan de toewijzing van het verzoek mag verbinden. Een dergelijk oordeel van het hof vindt ook geen steun in nummer 5.6 van de conclusie van de A-G, waarnaar het hof verwijst. In dat onderdeel van de conclusie behandelt de A-G de toelaatbaarheid van het wijzen van een voorwaardelijke beschikking door de rechter. De A-G citeert daarbij uit een noot van Heemskerk onder het arrest van de Hoge Raad van 28 september 1980, ECLI:NL:HR:1979:AC6679, NJ 1980/464 (Theelen/Schatorje), waarin Heemskerk over de toelaatbaarheid van voorwaardelijke vonnissen onder meer het volgende aangeeft:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43347aeca74139ee70ea6fab88874e7b54598f2789b6ccfe6a8a6b1dd2095583. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43347aeca74139ee70ea6fab88874e7b54598f2789b6ccfe6a8a6b1dd2095583, en de alinea staat in dat document op bytes 48890 tot 50015.