Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018

Onder 3.35. Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:497.

Ten overvloede wijs ik nog met het oog op de behandeling van de zaak door het verwijzingshof op het volgende: Uitgangspunt onder de Wwz is dat in geval het ontbindingsverzoek ten onrechte is afgewezen, de rechter in hoger beroep alsnog een tijdstip dient te bepalen waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Dit tijdstip kan niet met terugwerkende kracht worden vastgesteld. Het moet gaan om toekomstig tijdstip ( Kamerstukken II 2013/14, 33818, 3, p.120). Hieruit leid ik voor het in cassatie voorliggende geval indien de klacht van het eerste onderdeel zou slagen en de bestreden beschikking van het hof wordt vernietigd, af dat het hof alsnog een datum moet vaststellen waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Ik meen dat hier analoge toepassing van artikel 7:683 lid 5 BW uitkomst zou kunnen bieden. Dat artikel gaat uit van de situatie dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ten onrechte is afgewezen en de arbeidsovereenkomst in eerste instantie is voortgezet. Het hof dient een (toekomstige) tijdstip vast te stellen waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Deze situatie is vergelijkbaar met de situatie waarin [verzoeker] zich thans bevindt. Vanwege de intrekking is de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] immers voortgezet, terwijl deze had moeten eindigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43347aeca74139ee70ea6fab88874e7b54598f2789b6ccfe6a8a6b1dd2095583. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43347aeca74139ee70ea6fab88874e7b54598f2789b6ccfe6a8a6b1dd2095583, en de alinea staat in dat document op bytes 54714 tot 56041.