Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:498.

Deze regel – ook wel aangeduid als het ‘omgekeerde’ afspiegelingsbeginsel – is nieuw en strekt ertoe, te voorkomen dat werkgevers het afspiegelingsbeginsel (art. 11 Ontslagregeling) omzeilen door bestaande functies op te heffen en nieuwe functies te creëren die daarmee niet uitwisselbaar zijn (de zogenaamde ‘stoelendansmethode’). Kern van de regel is dat alleen geschikte kandidaten worden meegenomen bij de omgekeerde afspiegeling (het hierboven onder (iv) vermelde element). Tegen die achtergrond wordt in de lagere rechtspraak tamelijk streng toegezien op de objectiviteit van de selectieprocedure. Resteren na plaatsing van alle ‘geschikte’ kandidaten nog arbeidsplaatsen, dan is – zo begrijp ik het systeem − de werkgever vrij om naar eigen inzicht de daarvoor meest geschikte kandidaat te kiezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ecae7f825b693e3782beec142a90c6a03bf354bca1a2509439b73894ec8f95a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ecae7f825b693e3782beec142a90c6a03bf354bca1a2509439b73894ec8f95a, en de alinea staat in dat document op bytes 42432 tot 43369.