Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:50.
Op grond van art. 149 lid 1 Rv moet de rechter feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende zijn betwist, als vaststaand beschouwen. Van deze feiten of rechten mag de rechter derhalve geen bewijs verlangen, behoudens in gevallen waarin aanvaarding van die stellingen zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat (art. 149 lid 1, slot Rv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7587f843eff654d3ca8bd6bf55ae0c345b74e850db1ae027c7e4e481e8bee908. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7587f843eff654d3ca8bd6bf55ae0c345b74e850db1ae027c7e4e481e8bee908, en de alinea staat in dat document op bytes 22010 tot 22512.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7587f843eff654d3ca8bd6bf55ae0c345b74e850db1ae027c7e4e481e8bee908 | shasum -a 256