Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:50.
In de tweede passage kan ik moeilijk een bewijsaanbod lezen. Wat daar ook van zij, het recht op het leveren van getuigenbewijs, neergelegd in art. 166 lid 1 Rv (jo. art. 353 Rv voor hoger beroep), is op grond van art. 284 lid 1 Rv van overeenkomstige toepassing op verzoekschriftprocedures, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet. Ook voor zover op het punt van het getuigenbewijs aan de – in verband met art. 149 Rv reeds besproken – ‘tenzij-voorwaarde’ niet zou zijn voldaan, meen ik dat het hof het bewijsaanbod van [verzoeker] mocht passeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7587f843eff654d3ca8bd6bf55ae0c345b74e850db1ae027c7e4e481e8bee908. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7587f843eff654d3ca8bd6bf55ae0c345b74e850db1ae027c7e4e481e8bee908, en de alinea staat in dat document op bytes 34210 tot 34852.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7587f843eff654d3ca8bd6bf55ae0c345b74e850db1ae027c7e4e481e8bee908 | shasum -a 256