Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018

Onder 3.28 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:50.

Zo onderdeel 4 het oog mocht hebben op de in art. 22 lid 1 Rv neergelegde bevoegdheid van de rechter om partijen of een van hen te bevelen bepaalde stellingen toe te lichten of bescheiden te overleggen, slaagt het evenmin. De bevoegdheid die art. 22 lid 1 Rv aan de rechter toekent, is immers discretionair van aard, zodat het ter beoordeling van de rechter staat of (en zo ja, op welke wijze) hij van deze bevoegdheid gebruik maakt. Bovendien kan in cassatie niet worden geklaagd over het niet uitoefenen van de bevoegdheid genoemd in art. 22 lid 1 Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7587f843eff654d3ca8bd6bf55ae0c345b74e850db1ae027c7e4e481e8bee908. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7587f843eff654d3ca8bd6bf55ae0c345b74e850db1ae027c7e4e481e8bee908, en de alinea staat in dat document op bytes 37855 tot 38549.